Het plezier van samen leren

Voor leerlingen »   Samen lezen
 

Het plezier van het samen lezen

Delubas -samen -lezen -logoSamen lezen vinden kinderen leuk; het  bevordert het leesplezier en ook de betrokkenheid van ouders bij hun kinderen. Veel en gemotiveerd lezen bevordert de lees- en leerprestaties van leerlingen. Gemotiveerde en frequente lezers verwerven een meer complex gevoel voor taal. Ze praten beter, ze schrijven beter en kunnen beter omgaan met ingewikkelde ideeën.
Hoe zorg je er nu voor dat thuis lezen een structureel onderdeel van de dag wordt en ook nog leuk is en afwisseling biedt?
Een aantal tips op een rijtje gezet.
(bron: onderwijsmaakjesamen.nl)

Maak een routine van het samen lezen

  • Maak van het vertellen of voorlezen thuis een gewoonte, bijvoorbeeld vóór het slapengaan.
  • Neem de tijd om minstens 10 minuten per dag met je kind (eren) samen te lezen.
  • Doe de televisie eens uit waar het kind bij is en ga (samen) lezen. Laat zien dat je zelf ook leest.
  • Raak niet in paniek als je een keer overslaat en het er niet van komt.

Een speciaal moment op een speciale plek

  • Kies steeds hetzelfde gezellige plekje en laat kinderen zelf steeds meer zelf het (prenten)boek pakken.
  • Hang een poster van het alfabet en/of van het (prenten)boek, als dat beschikbaar is, in de slaapkamer van het kind op de voorleesplek.3628802-moeder -en -zoon -samen -lezen -van -het -boek
  • Maak er een leuke plek van. Je kunt als ouder voor het lezen doen wat MacDonalds doet voor zijn hamburgers: de plek is leuk ingericht en kinderen willen er graag zijn.
  • Dit moment van samen lezen mag niet verstoord worden (zet je gsm dus uit bv)

Alledaags lezen

  • Gebruik het lezen samen met kinderen levensecht zoals bij het koken, het boodschappen doen, en dergelijke. Maak met het kind een boodschappenlijstje, met bij sommige boodschappen een tekening. Laat het kind in de winkel het boodschappenlijstje ‘lezen’.
  • Maak briefjes voor je kind en plak ze ergens op, bij het bed bijvoorbeeld. Of doe ze ergens in, in de jaszak van je kind, en dergelijke. Het kind komt er mee terug en je leest het voor.

Begin jong en zet door

  • Als een kind een paar maanden oud is kan het al plaatjes zien, naar je stem luisteren en wijzen naar dingen in een (prenten)boek. Laat kinderen zien wat er op de plaatjes staat en laat het kind overeenkomstige dingen vastpakken, bijvoorbeeld een plaatje van een rammelaar en een echte rammelaar.
  • Doe het samen lezen ook met oudere kinderen.

Apart lezen en samen lezen

  • Zijn er meer kinderen, lees dan ook regelmatig apart met één kind, zeker als er meer dan twee jaar leeftijdsverschil tussen de kinderen is.
  • Bij het samen lezen met een boek kan het zo zijn, dat het boek te makkelijk is voor het oudere kind en te moeilijk voor het jongere kind. Laat het oudere kind het jongere kind dan ‘helpen’ bij het samen lezen, bijvoorbeeld het ouder kind leest een stukje voor.
  • Nodig soms anderen uit bij het samen lezen, zoals opa of oma, of een ouder kind of buurkind. Maak er iets gezelligs van.
  • Vraag aan bv opa en oma of de oppas om ook samen te lezen of voor te lezen.

Leesaanpak

  • Lees voorspelbare verhalen vaker voor en stimuleer kinderen om zelf voor te lezen. (Oudere) kleuters kunnen ook al prentenboeken “voorlezen”. Zeker de prentenboeken die je al eens hebt voorgelezen. De zinnen worden dan door het kind niet letterlijk gelezen (niet corrigeren: “dat staat er niet!”), maar het kind vertelt het verhaal vanuit de eigen belevingswereld.
  • Goede (prenten)boeken kun je vaker voorlezen, zeker als het kind dat zelf op prijs stelt. Wat voor jezelf misschien saai is, is dat voor het kind niet.
  • Vertel bij het vertellen of voorlezen van het (prenten)boek wat je zelf denkt of voelt bij de prenten.
  • Help bij het begrijpen van het Jubelientje -lezen _queridoboek. Geef ruimte aan het kind om vragen te stellen en neem de tijd voor het antwoord.
  • Laat kinderen zelf vertellen wat er verder in het verhaal gebeurt. Neem de tijd om dat te begrijpen en het goed terug te geven.
  • Er is een verschil tussen woorden en plaatjes. Wijs naar de zinnen op papier als je voorleest. Vertel bij de plaatjes.
  • Praat met het kind, reageer op wat het bedoelt en benoem de prenten eerst in eenvoudige taal in plaats van de verteltaal uit het boek.
  • Wijs bij met je vinger van links naar rechts.
  • Ga kinderen bij het lezen en de reacties op het lezen niet voortdurend corrigeren.
  • Voer gesprekjes naar aanleiding van een vaker voorgelezen verhaal.
  • Houd korte gesprekjes over zaken die in het verhaal zijn gebeurd of gaan gebeuren.
  • Praten over verhaaltjes is een goede zaak, maar voel je niet gedwongen om dat altijd te doen. Regelmatig is het alleen voorlezen of vertellen voldoende, zeker bij een nieuw boek.
  • Als je kind even de aandacht verliest, stop dan en ga even later weer verder.
  • Heb geduld, vertrouwen en plezier. Speel thuis geen schooltje.
  • Laat toe dat kinderen steeds opnieuw hun belangrijke ideeën bij het boek vertellen.
  • Heb veel oogcontact bij het vertellen of voorlezen.
  • Betrek de concrete thuis- en buitenwereld bij de onderwerpen of voorwerpen uit het boek.

Meer info?

013 523 06 68

of schrijf je nu in voor
onze nieuwsbrief >