Het plezier van samen leren

Onze school » Leerwijze »   Coöperatief leren
 

Coöperatief leren of ‘Hoe kinderen leren..’

Scl 3In schooljaar 2015-2016 willen we Coöperatief leren op onze school weer even goed onder de aandacht brengen bij zowel leerlingen, ouders én leerkrachten. Wát is ook alweer Coöperatief leren?

Het heet ook wel samenwerkend leren. Bij Coöperatief leren gaat het om de samenwerking tussen sterkere en zwakkere leerlingen. Dit wordt gestimuleerd door Coöperatieve werkvormen, waarbij kinderen in tweetallen of groepjes werken. De kinderen discussiëren samen over de leerstof, ze geven elkaar uitleg en informatie en vullen elkaar aan. Zij zoeken samen naar een oplossing en helpen elkaar. De gedachte achter samenwerkend leren is dat zowel de zwakke- als de sterke kinderen hiervan leren.Scl 4

Vanaf 28 september staan het stilte teken én de werkvorm Binnen - Buitenkring centraal. Alle leerkrachten zullen de komende twee weken deze structuren in de groepen aanbieden. In de kleuterhal, grote hal én op het podium kunt u op de posters lezen hoe zo’n structuur aangeboden wordt!

 

Op onderstaande foto’s ziet u de leerlingen van groep 1-2 van juf Hannie en groep 3 van juf Manon in  een binnen - buitenkring!

Scl 1

 

Scl 2 

 

Coöperatief leren binnen adaptief onderwijs
In schooljaar 2005-2006 zijn we gestart met het geleide­lijk invoeren van coöperatief leren. Deze vorm van leren verandert weinig aan WAT kinderen leren, maar wel aan HOE ze leren. Er ontstaan veel leersituaties waarin een kind samen met een of meerdere kinderen een leertaak uitvoert met een gemeenschappelijk doel. Coö­peratief leren is een werkvorm die een beroep doet op ‘echte’ gezamenlijke verantwoordelijk­heid van de kinderen. Kinderen in een groepje zijn samen verantwoordelijk voor datgene, hoe en wat ze samen leren. Kinderen ‘liften’ niet mee met een ander, maar volbrengen opdrachten d.m.v. gelijkwaardige inbreng van elk kind.
Hieronder vindt u een uitvoerige beschrijving van het coöperatief leren. Het coöperatief leren is ontwikkeld door dr. Spencer Kagan. Kenmerken van het coöperatief leren zijn ook terug te vinden in werkwijzen als Meervoudige Intelligentie (M.I.), Inspiration, K!8 enz.

AlgemeenAlgemeen
In elke groep werken we aan een vriendelijke en open sfeer, waarin kinderen fouten durven en mogen maken; kinderen worden niet uitgelachen. In elke groep werken de kinderen met elkaar, niet los van elkaar en niet in competitie met elkaar. De gebruikelijke rolverdeling in de onderwijsleersituatie is dat de leerkracht lesgeeft en de kinderen leren door oefenen, proberen, herhalen en (soms) inslijpen.

Kinderen leren
Kinderen maken elke dag kennis met nieuwe onderwerpen. Er zijn heel veel kinderen en volwassenen, die nog weten hoe en wanneer ze hebben leren fietsen; ze herinneren zich vaak het overwinningsgevoel. Naast het spontaan leren, leren kinderen heel veel van elkaar. Vriendjes leren elkaar b.v. hoe je een voetbal weg moet stoppen, hoe je op een evenwichtsbalk kunt lopen, hoe je je eerste Engelse woordje moet uitspreken.

We ervaren dagelijks dat kinderen elkaar iets op een heel heldere manier kunnen uitleggen. Dit komt o.a. doordat ze het probleem zelf onder de knie hebben gekregen. Ze kunnen zich nog heel goed verplaatsen in de positie van degene die iets nog niet begrijpt of kan. Ze kennen de moeilijke kanten van een probleem, die de volwassenen nog wel eens over het hoofd zien.

Een kind heeft leer-kracht.

Samenwerkend leren/coöperatief leren‘Samen leren door samen te werken’ is het motto van het coöperatief leren. Als kinderen in groepen (teams) werken, nemen ze op gelijke wijze deel aan een gezamenlijke taak. Ze zijn niet alleen verantwoordelijk voor de eigen prestatie, maar voor de prestatie van het hele team.

Coöperatief leren is gebaseerd op vier principes (G.I.P.S.-model):

  • Gelijke deelname: alle kinderen nemen op een gelijke wijze deel aan de activiteit; je kunt je niet achteroverleunen of meeliften met een ander.
  • Individuele aanspreekbaarheid: iedereen is op gelijke wijze aanspreekbaar voor het verloop en het resultaat: iedereen heeft een actieve inbreng
  • Positieve wederzijde afhankelijkheid: kinderen moeten samenwerken om tot het beste resultaat te komen.
  • Simultane actie: de activiteiten vinden gelijktijdig plaats; alle kinderen zijn gelijktijdig actief bezig met het onderwerp o.a. door te luisteren naar en te praten met elkaar.

Didactische structuren
Het hart van het coöperatief leren vormen de didactische structuren (werkvormen). Tot en met groep 6 leren de kinderen elk jaar twee structuren. In groep 6 kennen de kinderen alle basis-structuren. Daarnaast leren ze bij elke structuur nog een aantal variaties. De negen basis-structuren zijn:

  • Binnen Buiten Kring (aangeleerd in groep 1-2) Kinderen lopen rond in een binnen en een buiten kring en beantwoorden vragen met wisselende partners.
  • Tweetal Coach (aangeleerd in groep 1-2) In tweetallen lossen de kinderen om de beurt een probleem op, terwijl de ander meekijkt en luistert.
  • Tweegesprek op Tijd (aangeleerd in groep 3-4) Kinderen werken in tweetallen; de kinderen vertellen gedurende een van te voren vastgestelde tijd iets, terwijl de partner goed luistert. De rollen worden daarna omgedraaid.
  • Tweepraat of Rondpraat (aangeleerd in groep 3-4) Kinderen werken in tweetallen (schoudermaatje) of teams van vier kieren en geven om beurten antwoorden op of zoeken oplossingen voor het aangegeven probleem.
  • TafelRondje Per Tweetal (aangeleerd in groep 5) Kinderen werken in tweetallen om de beurt, schriftelijk, aan een antwoord op een vraag of oplossing van een probleem.
  • Tweevergelijk (aangeleerd in groep 5)Kinderen schrijven eerst individueel antwoorden op en ze vergelijken daarna de antwoorden met elkaar.
  • Zoek De Valse (aangeleerd in groep 6) De kinderen schrijven drie stellingen op. Zij presenteren deze aan de groep. Uit drie stellingen kiezen de kinderen de stelling die niet waar is en motiveren dit.
  • Zoek Iemand Die… (aangeleerd in groep 6) Al lopend door de klas zoeken kinderen een partner die b.v. kan helpen met een tafel-rijtje of met topografie van een land.
  • Tafelrondje (aangeleerd in bovenbouw) Zelfde als tafelrondje per tweetal maar nu in de teams van vier kinderen. In de loop van de jaren leren de kinderen een aantal variaties op deze basisstructuren (zoals Mix-Tweetal-Gesprek).

Voordelen van coöperatief leren zijn

  • dat kinderen een actieve en betrokken leerhouding ontwikkelen
  • dat er sprake is van een grotere leeropbrengst, omdat iedereen actief meedoet
  • dat de denkontwikkeling wordt gestimuleerd
  • dat er sprake is goede en bewuste ontwikkeling van sociale vaardigheden
  • dat er een groepsklimaat is waarin kinderen zich veilig voelen, vergroot het respect en de sfeer tussen de leerlingen (pedagogisch klimaat)
  • dat kinderen positief met elkaar leren omgaan waardoor bereidheid ontstaat om elkaar te helpen en te motiveren.
  • dat kinderen leren hun gedachten onder woorden te brengen
  • dat kinderen méér leren van en door elkaar (twee weten al meer dan één, laat staan vier)
  • dat er tegelijkertijd meer kinderen actief zijn
  • dat de relaties tussen leerlingen verbeteren en daardoor de ontwikkeling van sociale vaardigheden heel natuurlijk verloopt

groepsmanagement

Onder invloed van het coöperatief leren is onze groepsorganisatie (groepsmanagement) er anders uit gaan zien. De leerkracht zorgt er voor dat kinderen effectief en met plezier met elkaar kunnen samenwerken. Hiervoor zijn duidelijke spelregels nodig en veel structuur. Omdat de kinderen zes tot acht weken in vaste teams (van vier kinderen) werken ontstaat er een intensieve samenwerking tussen de leerlingen. De kinderen ondersteunen en helpen elkaar; ze zoeken samen naar oplossingen voor de opdrachten. De kinderen profiteren van de aanmoediging, hulp en uitleg van de medeleerlingen. Alle kinderen doen mee als volwaardig lid van de groep. Dit stimuleert het zelfvertrouwen. Door anderen te helpen bereiken zij grote beheersing van de stof op een hoger niveau.             In de hoogste groepen maken we gebruik van alle negen de didactische structuren. Een didactische structuur zorgt er voor dat de kinderen de opdracht uitvoeren op een manier die past bij de opdracht.


Voorbeelden van enkele opdrachten

  • (groep 7) Schrijf, samen met je schoudermaatje, om beurten kenmerken op van een gemengd bos
  • (groep 2) benoem met je oogmaatje om beurten de kleuren van de kleurpotloden
  • (groep 3) schrijf om beurten met je schoudermaatje een woord op dat begint met een b
  • (groep 8) Lees de aardrijkskundeles door. Schrijf drie stellingen op, waarvan één stelling onwaar is. Presenteer de stellingen aan je team en vraag welke de valse is. Laat het antwoord motiveren.
  • (groep 4) zoek iemand die de tafel van 7 kent
  • (groep 5) vertel aan het kind in de buitenkring gedurende een minuut wat je het weekend hebt meegemaakt (daarna wisselen)

Enkele specifieke basisvaardigheden van het coöperatief leren zijn

  • altijd elkaar met de voornaam aanspreken
  • elkaar aankijken tijdens het praten
  • vriendelijk op elkaar reageren
  • elkaar gelegenheid geven mee te doen
  • een inbreng durven hebben
  • duidelijk praten, zodat andere je verstaan
  • meewerken aan de teamopdracht
  • luisteren naar elkaar
  • elkaar uit laten praten
  • de inbreng van een ander accepteren
  • bij je groepje blijven
  • rustig praten en werken
  • materiaal met elkaar delen
  • om de beurt praten
  • aan de taak doorwerken tot deze af is
  • bedanken als de taak is afgerond

Basisbegrippen

Verder gebruiken we de volgende begrippen, die in alle groepen dezelfde betekenis hebben:

  • Oogmaatje - dit is het kind dat tegenover je zit
  • Schoudermaatje - dit is het kind dat naast je zit
  • Liniaalstem - dit is de stem die je gebruikt als je met je oog-/ schoudermaatje praat
  • Teamstem - dit is de stem die je gebruikt als je in je team praat
  • Denkschrift - hierin schrijven de kinderen de uitwerking van de opdracht
  • Stiltesignaal - als de leerkracht de hand opsteekt, nemen de kinderen dit signaal over en houden de mond dicht

Op internet is nogal wat informatie over coöperatief leren te vinden. U moet er wel rekening mee houden, dat er inmiddels ook al enkele ‘stromingen’ ontstaan zijn, die soms op meerdere punten afwijken van de oorspronkelijke manier van werken.

Meer info?

013 523 06 68

of schrijf je nu in voor
onze nieuwsbrief >