|
|
| |
| |

 |
Coöperatief leren of
Hoe kinderen leren..
Coöperatief leren binnen adaptief onderwijs
In schooljaar 05-06 zijn we gestart met het geleidelijk invoeren van coöperatief leren. Deze vorm van leren verandert weinig aan WAT kinderen leren, maar wel aan HOE ze leren. Er ontstaan veel leersituaties waarin een kind samen met een of meerdere kinderen een leertaak uitvoert met een gemeenschappelijk doel. Coöperatief leren is een werkvorm die een beroep doet op ‘echte’ gezamenlijke verantwoordelijkheid van de kinderen. Kinderen in een groepje zijn samen verantwoordelijk voor datgene, hoe en wat ze samen leren. Kinderen ‘liften’ niet mee met een ander, maar volbrengen opdrachten d.m.v. gelijkwaardige inbreng van elk kind.
Hieronder vindt u een uitvoerige beschrijving van het coöperatief leren.
Het coöperatief leren is ontwikkeld door dr. Spencer Kagan. Kenmerken van het coöperatief leren zijn ook terug te vinden in werkwijzen als Meervoudige Intelligentie (M.I.), Inspiration, K!8 enz.
U vindt hieronder:
- Wat coöperatief leren is
- Wat coöperatief leren betekent in de dagelijkse praktijk voor het leren en werken van kinderen.
1 Algemeen
In elke groep werken we aan een vriendelijke en open sfeer, waarin kinderen fouten durven en mogen maken; kinderen worden niet uitgelachen. In elke groep werken de kinderen met elkaar, niet los van elkaar en niet in competitie met elkaar.
De gebruikelijke rolverdeling in de onderwijsleersituatie is dat de leerkracht lesgeeft en de leerlingen leren door oefenen, proberen, herhalen en (soms) inslijpen.
2 Kinderen leren
Leerlingen maken elke dag kennis met nieuwe onderwerpen. Er zijn heel veel kinderen en volwassenen, die nog weten hoe en wanneer ze hebben leren fietsen; ze herinneren zich vaak het overwinningsgevoel.
Naast het spontaan leren, leren kinderen heel veel van elkaar. Vriendjes leren elkaar b.v. hoe je een voetbal weg moet stoppen, hoe je op een evenwichtsbalk kunt lopen, hoe je je eerste Engelse woordje moet uitspreken.
We ervaren dagelijks dat kinderen elkaar iets op een heel heldere manier kunnen uitleggen. Dit komt o.a. doordat ze het probleem zelf onder de knie hebben gekregen. Ze kunnen zich nog heel goed verplaatsen in de positie van degene die iets nog niet begrijpt of kan. Ze kennen de moeilijke kanten van een probleem, die de volwassenen nog wel eens over het hoofd zien. Een kind heeft leer-kracht.
3 Samenwerkend leren/coöperatief leren
‘Samen leren door samen te werken’ is het motto van het coöperatief leren. Als kinderen in groepen (teams) werken, nemen ze op gelijke wijze deel aan een gezamenlijke taak. Ze zijn niet alleen verantwoordelijk voor de eigen prestatie, maar voor de prestatie van het hele team.

4. Coöperatief leren is gebaseerd op vier principes (G.I.P.S.-model):
- Gelijke deelname: alle kinderen nemen op een gelijke wijze deel aan de activiteit; je kunt je niet achteroverleunen of meeliften met een ander.
- Individuele aanspreekbaarheid: iedereen is op gelijke wijze aanspreekbaar voor het verloop en het resultaat: iedereen heeft een actieve inbreng
- Positieve wederzijde afhankelijkheid: kinderen moeten samenwerken om tot het beste resultaat te komen.
- Simultane actie: de activiteiten vinden gelijktijdig plaats; alle kinderen zijn gelijktijdig actief bezig met het onderwerp o.a. door te luisteren naar en te praten met elkaar.
5 Didactische structuren
Het hart van het coöperatief leren vormen de didactische structuren (werkvormen). Tot en met groep 6 leren de kinderen elk jaar twee structuren. In groep 6 kennen de kinderen alle basis-structuren. Daarnaast leren ze bij elke structuur nog een aantal variaties. De negen basis-structuren zijn:
- Binnen Buiten Kring (aangeleerd in groep 1-2) Leerlingen lopen rond in een binnen en een buiten kring en beantwoorden vragen met wisselende partners.
- Tweetal Coach (aangeleerd in groep 1-2) In tweetallen lossen de leerlingen om de beurt een probleem op, terwijl de ander meekijkt en luistert.
- Tweegesprek op Tijd (aangeleerd in groep 3-4) Leerlingen werken in tweetallen; de leerlingen vertellen gedurende een van te voren vastgestelde tijd iets, terwijl de partner goed luistert. De rollen worden daarna omgedraaid.
- Tweepraat of Rondpraat (aangeleerd in groep 3-4) Leerlingen werken in tweetallen (schoudermaatje) of teams van vier kieren en geven om beurten antwoorden op of zoeken oplossingen voor het aangegeven probleem.
- TafelRondje Per Tweetal (aangeleerd in groep 5) Leerlingen werken in tweetallen om de beurt, schriftelijk, aan een antwoord op een vraag of oplossing van een probleem.
- Tweevergelijk (aangeleerd in groep 5) Leerlingen schrijven eerst individueel antwoorden op en ze vergelijken daarna de antwoorden met elkaar.
- Zoek De Valse (aangeleerd in groep 6) De leerlingen schrijven drie stellingen op. Zij presenteren deze aan de groep. Uit drie stellingen kiezen de leerlingen de stelling die niet waar is en motiveren dit.
- Zoek Iemand Die… (aangeleerd in groep 6) Al lopend door de klas zoeken leerlingen een partner die b.v. kan helpen met een tafel-rijtje of met topografie van een land.
- Tafelrondje (aangeleerd in bovenbouw) Zelfde als tafelrondje per tweetal maar nu in de teams van vier kinderen. In de loop van de jaren leren de leerlingen een aantal variaties op deze basisstructuren (zoals Mix-Tweetal-Gesprek).
6 Voordelen van coöperatief leren zijn
- dat kinderen een actieve en betrokken leerhouding ontwikkelen
- dat er sprake is van een grotere leeropbrengst, omdat iedereen actief meedoet
- dat de denkontwikkeling wordt gestimuleerd
- dat er sprake is goede en bewuste ontwikkeling van sociale vaardigheden
- dat er een groepsklimaat is waarin kinderen zich veilig voelen, vergroot het respect en de sfeer tussen de leerlingen (pedagogisch klimaat)
- dat kinderen positief met elkaar leren omgaan waardoor bereidheid ontstaat om elkaar te helpen en te motiveren.
- dat kinderen leren hun gedachten onder woorden te brengen
- dat kinderen méér leren van en door elkaar (twee weten al meer dan één, laat staan vier)
- dat er tegelijkertijd meer kinderen actief zijn
- dat de relaties tussen leerlingen verbeteren en daardoor de ontwikkeling van sociale vaardigheden heel natuurlijk verloopt
7 groepsmanagement
Onder invloed van het coöperatief leren is onze groepsorganisatie (groepsmanagement) er anders uit gaan zien. De leerkracht zorgt er voor dat kinderen effectief en met plezier met elkaar kunnen samenwerken. Hiervoor zijn duidelijke spelregels nodig en veel structuur. Omdat de leerlingen zes tot acht weken in vaste teams (van vier kinderen) werken ontstaat er een intensieve samenwerking tussen de leerlingen. De kinderen ondersteunen en helpen elkaar; ze zoeken samen naar oplossingen voor de opdrachten. De leerlingen profiteren van de aanmoediging, hulp en uitleg van de medeleerlingen. Alle kinderen doen mee als volwaardig lid van de groep. Dit stimuleert het zelfvertrouwen. Door anderen te helpen bereiken zij grote beheersing van de stof op een hoger niveau.
In de hoogste groepen maken we gebruik van alle negen de didactische structuren. Een didactische structuur zorgt er voor dat de leerlingen de opdracht uitvoeren op een manier die past bij de opdracht.
8 Voorbeelden van enkele opdrachten
- (groep 7) Schrijf, samen met je schoudermaatje, om beurten kenmerken op van een gemengd bos
- (groep 2) benoem met je oogmaatje om beurten de kleuren van de kleurpotloden
- (groep 3) schrijf om beurten met je schoudermaatje een woord op dat begint met een b
- (groep 8) Lees de aardrijkskundeles door. Schrijf drie stellingen op, waarvan één stelling onwaar is. Presenteer de stellingen aan je team en vraag welke de valse is. Laat het antwoord motiveren.
- (groep 4) zoek iemand die de tafel van 7 kent
- (groep 5) vertel aan het kind in de buitenkring gedurende een minuut wat je het weekend hebt meegemaakt (daarna wisselen)
9 Enkele specifieke basisvaardigheden van het coöperatief leren zijn
- altijd elkaar met de voornaam aanspreken
- elkaar aankijken tijdens het praten
- vriendelijk op elkaar reageren
- elkaar gelegenheid geven mee te doen
- een inbreng durven hebben
- duidelijk praten, zodat andere je verstaan
- meewerken aan de teamopdracht
- luisteren naar elkaar
- elkaar uit laten praten
- de inbreng van een ander accepteren
- bij je groepje blijven
- rustig praten en werken
- materiaal met elkaar delen
- om de beurt praten
- aan de taak doorwerken tot deze af is
- bedanken als de taak is afgerond
10 Basisbegrippen
Verder gebruiken we de volgende begrippen, die in alle groepen dezelfde betekenis hebben:
- Oogmaatje - dit is het kind dat tegenover je zit
- Schoudermaatje - dit is het kind dat naast je zit
- Liniaalstem - dit is de stem die je gebruikt als je met je oog-/ schoudermaatje praat
- Teamstem - dit is de stem die je gebruikt als je in je team praat
- Denkschrift - hierin schrijven de kinderen de uitwerking van de opdracht
- Stiltesignaal - als de leerkracht de hand opsteekt, nemen de kinderen dit signaal over en houden de mond dicht
Op internet is nogal wat informatie over coöperatief leren te vinden. U moet er wel rekening mee houden, dat er inmiddels ook al enkele ‘stromingen’ ontstaan zijn, die soms op meerdere punten afwijken van de oorspronkelijke manier van werken. |
| |
|