|
|
| |
| |
|
|
|
|
|
Wat kinderen leren......
In het onderdeel over Coöperatief leren (Hoe kinderen leren...) geven we een beschrijving HOE kinderen leren op onze school. Hieronder vindt u WAT kinderen leren.
1 Sociaal-emotionele ontwikkeling
Naast het aanbieden van de ‘leervakken’ neemt de sociale en emotionele ontwikkeling van de kinderen een belangrijke plaats in op onze school. Hieraan besteden we op enkele manieren aandacht:
Via speciale activiteiten binnen het coöperatief leren en binnen het bewegingsonderwijs werken we met speciale oefeningen (teambouwers en klasbouwers). In de kring kan de leerkracht nieuwe begrippen aanbieden, aandacht besteden aan een gebeurtenis in de groep, maar ook structureel aandacht besteden aan ‘hoe je met elkaar omgaat’.
Tijdens het werken zijn de kinderen individueel of in kleine groepjes bezig met allerlei opdrachten, waarbij vaak het accent ligt op samenwerken, overleg, samen onderzoeken. Het coöperatief werken bevordert het ‘samen’werken.
Het is belangrijk, dat de kinderen zich sociaal vrij kunnen bewegen, waarbij zij hun leefruimte verkennen en afbakenen.
2 methodegebruik
Wat de inhoud van de lessen betreft kiezen we ervoor om gebruik te maken van goede en gestructureerde onderwijsmethoden; methoden die aansluiten bij de doelen die we willen bereiken, die duidelijke aanwijzingen geven voor de leerkrachten en zinvolle en uitdagende oefeningen bieden voor de leerlingen. Het vervangen van onderwijsmethoden en het verbeteren van onderwijsinhouden een is continu (kwaliteits)proces: we willen immers dat ons onderwijsaanbod eigentijds is en blijft. Niet de methode bepaalt de kwaliteit van het onderwijs, maar de manier waarop de leerkracht ermee werkt. Dit is een steeds doorgaand proces, waarin de leerkracht voortdurend bezig is zijn werk nog beter in de vingers te krijgen.
3 Nederlandse taal en lezen; ‘Taal Actief’
Nederlandse taal en lezen is het centrale gegeven in ons onderwijs.
In groep 1-2 begint de basisvoorbereiding m.b.v ‘Schatkist’; in groep 3 start het aanvankelijk leesproces. We gebruiken de methode ‘Veilig Leren Lezen’.
Na het aanvankelijke leesproces in groep 3 gaan we verder met de methode Taal Actief (3e versie). Tijdens de lessen komen allerlei aspecten van de Nederlandse taal, zoals spreekvaardigheid, schrijfvaardigheid, luister vaardigheid en het spel- len van werkwoorden en van gewone woorden uitvoerig aan de orde. De (nieuwste) spelling oefenen we aan de hand van de woordpakketten. In de groepen 7 en 8 komen de werkwoorden uitdrukkelijk aan bod.
Via de registratieformulieren houden we goed zicht op de vorderingen van de leerlingen. Lezen kan niet los gezien worden van Nederlandse taal. L eesvaardigheid is niet alleen een absolute voorwaarde voor alle andere vakgebieden, maar is in onze maatschappij de sleutel tot alle informatiebronnen (boeken, tijdschriften, internet, tv. enz.)
Bij lezen maken we onderscheid tussen voorbereidend én aanvankelijk lezen in groep 1-2 en 3, en het voortgezet lezen vanaf groep 4. Een belangrijk accent komt vanaf groep 4 te liggen op begrijpend en studerend lezen, terwijl de leestechniek tot groep 6 nog ruime aandacht krijgt.
4 Begrijpend/studerend lezen: Goed gelezen
Met ingang van schooljaar 2006-2007 zijn we gestart met een nieuwe methode voor begrijpend lezen: ‘Goed Gelezen’.
Technisch lezen is uitsluitend het ‘klank geven’ aan geschreven woorden. Lezen krijgt echter pas echt zijn betekenis, als kinderen begrijpen wat ze lezen. Binnen het begrijpend en studerend lezen krijgen de leerlingen strategieën aangeboden om de inhoud van een tekst te leren begrijpen en om deze te verwerken tot nieuwe teksten (b.v. ten behoeve van werkstukken en spreekbeurten).
5 Rekenen en Wiskunde: ‘Alles Telt’
In groep 1-2 start het rekenonderwijs met de ontwikkeling van het getalbegrip. Via ‘Schatkist’ brengen we het getalbegrip tot ontwikkeling. De kinderen leren getallen en hoeveelheden kennen, waarbij de leerkracht aansluit op wat het kind al kent. Tellen is het begin, maar van belang is dat kinderen hoeveelheden inhoud geven, herkennen en benoemen.
Vanaf groep 3 t/m groep 8 gebruiken we de methode ‘Alles Telt’. ‘Alles Telt’ is een realistische rekenmethode. Dit houdt in dat:
• echte herkenbare situaties vormen de ingang voor het rekenen. De rekenonderwerpen zijn gehaald uit wiskunde situaties, waarin kinderen regelmatig terechtkomen. • 40% van de tijd is instructie, 60% zelfstandig werken • de kinderen krijgen veel ruimte om te oefenen en bepaalde rekenoefeningen te automatiseren. • Zwakkere rekenaars krijgen bijzonder aandacht door middel van speciale, bij de methode behorende, programma’s.
De kinderen bedenken oplossingen voor rekenkundige vraagstukken. Het accent ligt op het strategisch benaderen van rekenopgaven. De leerlingen zoeken via vaste werkstrategieën naar de oplossing. De gevarieerde oplossingswijzen, die we de kinderen aanbieden én die ze zelf bedenken, wijken uitdrukkelijk af van de werkwijzen van de jaren 1980-1995. Op school is een uitvoerige brochure beschikbaar. Zo leren de kinderen cijferen, zij het op een andere manier dan tien jaar geleden. Zie www.allestelt.nl
6 Schrijven: ‘Handschrift’
Hoewel schrijven steeds meer naar de achtergrond wordt gedrongen, blijft het toch van belang dat kinderen goed en vaardig kunnen schrijven. Aan de ontwikkeling van het handschrift besteden we vanaf groep 1-2 aandacht. We werken in de groepen 1 t/m 7 met de werkboekjes van de methode ‘Schrijftaal’. Het gaat niet alleen om het ‘mooi’ schrijven, maar vooral om het vlot en functioneel schrijven.
7 Engels: Hello World
In de groepen 7 en 8 krijgen de leerlingen Engels. De lessen zijn gericht op het spreken, schrijven en verstaan van de taal in de dagelijkse omgang. Zo leren de kinderen de weg vragen en wijzen, boodschappen doen, klokkijken etc. Het schrijven van de Engelse taal is een belangrijk aspect geworden. Onze methode ‘Hello World’ besteedt hieraan gericht aandacht, omdat Engels in onze leefomgeving een steeds centralere plaats gaat innemen. De methode bestaat uit twee delen The Castle en The Quest.
8 Wereldverkennende vakken
In de groepen 1-2 vormen de thema’s vanuit Schatkist het uitgangspunt en deze sluiten aan bij de tijd van het jaar en bij de dagelijkse actualiteit. Op deze manier maken we de kinderen vertrouwd met de wereld om ons heen.
In de hogere groepen verdelen we de wereldverkennende vakken in verkeer, aardrijkskunde, geschiedenis, biologie en natuurkunde. In de groepen 3 en 4 worden deze vakken niet allemaal afzonderlijk op het lesrooster opgenomen, maar als wereldoriëntatie. Voor aardrijkskunde gebruiken we de methode ‘Wijzer door de Wereld’. ‘Wijzer door de tijd’ is onze geschiedenismethode, en voor biologie en natuurkunde hebben we een eigen programma.
9 Expressie vakken
Hiertoe behoren de vakonderdelen tekenen, handvaardigheid, muziek en lichamelijke opvoeding. Voor deze vakken hebben wij eigen schoolprogramma’s ontwikkeld. Groep 5 t/m 8 heeft vanaf oktober een keer per week een workshop, waarin leerlingen kennis maken met verschillende en soms ook bijzondere technieken.
|
|
| |
|